Supporters

De opkomst van de “populaires” en de supportersverenigingen

Goede resultaten of niet, FC Brugeois werd steeds populairder bij de bevolking.  Op de goedkoopste staantribunes verzamelden de populaires zich, de voorloper van de spionkop. Die hadden een nogal stevige reputatie.  Er werden tal van incidenten gerapporteerd in het kampioenenjaar bij wedstrijden tegen titelconcurrent Union, Beerschot of Cercle.  De incidenten zorgden ervoor dat het bestuur twee “gendarmes” bovenop het aantal politiemannen vroeg.  In 1923 werd beslist dat er een “ondercomité” zou worden opgericht om de ploeg te begeleiden en de orde de handhaven, een soort stewards dus.

In 1913 werd een eerste supportersvereniging in het leven geroepen, namelijk Supporterskring Football Club Brugeois, met onder meer toekomst voorzitter Emile De Clerck als één van de stichters.  Het kreeg navolging met o.a. Les Amis du Club in 1925 en Supportersclub Charles Cambier.  Er werd in 1929 beslist een overkoepelende organisatie op te richten die de naam kreeg “Het Verbond van supporters van Royal FC Brugeois”. In 1931 zou die organisatie zeven officiële supportersclubs tellen.

Van een moeilijk herstel in WO II tot de oprichting van de spionkop

De verhuis naar De Klokke deed het supportersaantal stijgen.  Voorzitter Dyserynck deed er ook alles aan om veel volk aan te trekken en de bouw van de staantribunes achter het doel was een groot succes.  Niemand kwam graag in Brugge spelen. FCB was vooral populair bij de lagere sociale klasse.  Maar WO II gooide roet in het eten.  Bovendien bleven de sportieve successen achterwege en schommelde FC Brugeois tussen de eredivisie er eerste afdeling.  Populair waren wel de Paastoernooien, die behoorlijk wat geld in het laatje brachten.  Opvallend was echter dat het aantal toeschouwers zelfs afnam, van gemiddeld 11197 naar 9993, nadat FCB definitief steeg naar de hoogste afdeling.  En die daling zette zich in de jaren ’60 verder, met als dieptepunt het seizoen 1962/1963 waar slechts gemiddeld 6674 toeschouwers een ticket kocht voor een wedstrijd van FC Brugeois.  Stadsgenoot Cercle trok verschillende jaren zelfs méér toeschouwers aan.

In 1966 begon het tij wat te keren.  Misschien niet toevallig dat in dat jaar Roger Leliaert, Fernand Coppens en Yvonne Lahousse het initiatief namen voor een spionkop.  Als eerste ploeg in België werden trompetten gebruikt om de sfeer er wat in te brengen.  De “ten aanval” werd luidkeels mee geroepen.  Ze slaagden in hun opzet en na de trompetten volgden de toeters en vlaggen om de tegenstander de intimideren.  In 1967 werd de Supportersfederatie opgericht zoals we die nu nog kennen.  Bij aanvang van het seizoen 1971/1972 werd een langspeelplaat gemaakt met liedjes als Hand in hand kameraden, Allee de Blauwtjes en De Herdertjes lagen bij nacht. In 1974 werd Blauw en Zwart forever gezongen door de Brugse cabaretier Willy Lustenhouwer.   

Het aantal supporters steeg in de Happel periode tot boven de 17.000 maar kende in de jaren ’80 een lichte terugval.  De Europese wedstrijden waren daarentegen wel een succes.  In het Europese succesjaar 1988 kon je nog tickets kopen in de plaatselijke café om dan uren op voorhand plaats te nemen in de staantribunes zodat je een goed zicht had.  Logisch dat de sfeer er al voor de wedstrijd goed in zat.  Maar opnieuw kon Club de aantallen niet volhouden.  Titels en bekers waren niet voldoende om meer supporters te bekoren.  Tijdens het seizoen 1994/1995 zakte het aantal voor het laatst onder een gemiddelde van de 10.000. 

Kentering onder Sollied

Toen het Olympiastadion werd omgetoverd naar het Jan Breydelstadion met het oog op Euro 2000 werd er wat argwanend gekeken naar hoe Club hun stadion ging vullen.  Maar net op dat moment betrad Trond Sollied de Brugse gronden.  Het aanvallende voetbal van de Noor was populair en hij liet het aantal toeschouwers in vijf jaar tijd stijgen van 16.000 naar gemiddeld 24.000.  En dit ondanks dat de populaire staanplaatsen moesten plaats ruimen voor zitplaatsen.  Club was nu vertrokken en behield zijn hoge aantal toeschouwers, ook in de lange jaren waren het geen prijzen pakte.  In die mate zelfs dat de roep om een groter stadion steeds luider klonk en ene Bart Verhaeghe met een plan op de proppen kwam om een stadion te bouwen in Loppem.

Blue Army

De eis van de UEFA om het aantal zitplaatsen op te drijven deed de sfeer geen goed.  De genummerde stoeltjes laten abonnees toe tot kort voor de aftrap het stadion te betreden.  Als reactie werd in 1998 Blue Army opgericht.  Het Brugse bestuur had echter niet veel zin om mee te gaan in dit verhaal, maar Vital Borkelmans bemiddelde als speler bij het bestuur en Blue Army kreeg een standje tijdens de fandag.  Daar was de verkoop van de eerste polo’s een groot succes.  Blue Army kreeg meer financiële slagkracht en meer leden.  Het fanzine was een succes en de vele prachtige tifo’s en vlaggenacties deden de rest.  Blue Army werd een heus begrip in de voetbalwereld.  De pogingen tot kopieën van vele andere ploegen raakten niet aan hun enkels.  Na 20 succesvolle jaren hield Blue Army er echter mee op en werden ze opgevolgd door The Blues of F.C. Bruges.