Geschiedenis Club Brugge

Het DNA van FCB, een blik op de geschiedenis van Club Brugge.

Op de vraag waarom je supporter geworden bent van Club Brugge, kan je veel antwoorden verzinnen: één bepaalde speler, een historische wedstrijd, een Europese campagne, een titel.  Je kiest vooral een ploeg waarmee je je kan identificeren, waar je je thuis voelt, het is je DNA, je levensstijl. Maar hoe is Club Brugge geworden tot wat het nu is?  Is dat DNA altijd hetzelfde gebleven?  We kijken in dit stukje even achterom om een betere kijk te hebben op onze Club.

Sinds… 1890?

Het voetbalspel waaide over halverwege de 19e eeuw.  Niet toevallig waren het vooral Engelse, Ierse en zelfs Amerikaanse studenten die met een bal op de speelplaatsen van scholen zich gingen amuseren.  In de jaren tussen 1860 en 1870 begon de voetbalsport aan populariteit te winnen.  Aanvankelijk eerst bij de jeugdige elite.  Centrumsteden als Antwerpen, Brussel, Gent, Luik en Brugge speelden een rol in verspreiding van het spel.  De Engelse kolonie had veel aanzien en een grote invloed op het gebeuren.

Tweemaal per week, op dinsdag en donderdag, werden er in het Brugse Koninklijke Atheneum interscholenwedstrijden georganiseerd tussen het Atheneum en het Engels College en later ook tegen het Franciscus Xaveriusinstituut.  Enkele spelers bleken erg getalenteerd zoals de broers Gustave en Philippe Delescluze.  Toen ook de Brugse broers Jules, Charles, Edouard en August Lescrauwaet, die fervente (en succesvolle) roeiers waren een manier zochten om hun conditie in de wintermaanden op peil te houden, besloten ze samen met de broers Delecluze, William Greenhill en Ernest Neirynck op 2 november 1890 in café Ville de Cologne aan het stationsplein de Brugsche FC op te richten.  Maar een voetbalploeg leiden was niet zo eenvoudig. Op 13 november 1891 was er een banket ter gelegenheid van de eerste verjaardag en toen werd in een eerste algemene vergadering waar een verslag van werd opgemaakt, beslist om een officieel bestuur te installeren en de vereniging opnieuw te stichten.  In het verslag werd de datum 13 november 1891 genoteerd als stichtingsdatum, net als de kernspreuk Mens sana in corpore sano. Sindsdien wordt die datum als officiële datum aangenomen.

Woelig begin

De ambities van Brugsche FC bleven beperkt tot vrijetijdsvoetballen in Brugge.  Het maakte gebruik van de terreinen van het Engels college en had geen eigen truitjes.  Financiële moeilijkheden uiteenlopende ambities tussen de Nederlandstalige leden en de aristocratische Franstalige leden, leidden tot een eerste afscheuring.  De Brugsche FC had een zestigtal leden en het vertrek van de hoge (Franstalige) heren zorgden ervoor dat die laagdrempelig bleef.  Pas na de oprichting van Vlaamsche FC in 1895 daalde het aantal leden wat. 

Daarnaast werd op 1 november 1894 nog een tweede, grote, vereniging opgericht: Football Club Brugeois.  Plaats van gebeuren was het café La Civière d’Or op de Grote Markt.  Voortrekker was William Greenhill en nam heel wat leden van de aristocratische Brugse roeivereniging met zich mee. Op 9 december 1894 werd een heuse derby gespeeld tegen Brugsche FC.  De FC Brugeois speelde in een lichtblauwe trui met donkerblauwe schuine band, de kleuren die ook de Brugse roeivereniging gebruikte en ze huurden het veld van de Fox Terriër Club, ook wel het “Rattenplein” genoemd, dat op het grondgebied Sint-Andries lag.  De stijlen van beide verenigingen lagen nogal uit elkaar.  Daar waar bijvoorbeeld de vergaderingen van Brugsche FC goed bijgehouden werden en een zuinig financieel beleid werd gevoerd, was dit bij FC Brugeois anders.  De verslagen waren rommelig en er waren de stijgende kosten.  Door de Franse invloed was het echter wel FC Brugeois die uitgenodigd werd bij de oprichting van de Voetbalbond in 1895 en niet Brugsche FC. Maar de voorzitter van FC Brugeois, Edouard Lescrauwaet, in 1896 naar Kongo vertrok zegden ze hun lidmaatschap na één jaar op.  Er zat niets anders op dan terug samen te werken met Brugsche FC.  Na lange onderhandelingen over infrastructuur en financiën werd op 23 oktober 1897 beslist dat FC Brugeois zou overgenomen worden door Brugsche FC.  Omwille van het doorlopende contract met de Fox Terriër Club bleef de naam FC Brugeois wel overeind, maar Brugsche FC leverde, onder meer met de voorzitter Philippe Delescluze, het meeste leden in het Comité Central.  Achille Grant Dalton sprak namens de oude Franstalige vereniging zijn steun uit voor het nieuwe bestuur.  Omdat het nieuwe bestuur eerder voorzichtig en rationeel handelde, wou het geen lid worden van de Voetbalbond zolang de bevoordeling van de vele Brusselse ploegen, die minder verplaatsingskosten hadden dat de clubs uit de rest van het land, niet werd weggewerkt.  Eind 1898, en onder de dreiging dat een aparte Vlaamse voetbalbond zou worden opgericht, werd FC Brugeois onder voorwaarden terug lid van de Voetbalbond. 

In 1899 werd Cercle Sportif Brugeois opgericht door de Broeders Xaverianen die in een bitsige scholenstrijd hadden moeten zien hoe leerlingen zelfs van school veranderden om te kunnen voetballen en ook zagen dat ex-leerlingen van hen de kleuren van FC Brugeois gingen verdedigen.  Een deel van het afgescheurde Vlaamsche FC en een kleinere Brugse ploeg, Rapid Football Club, sloot zich aan bij Cercle dat de steun en bescherming kreeg van graaf Charles d’Ursel, gouverneur van West-Vlaanderen.

Beterschap onder Alphonse De Meulemeester

De komst van Cercle zorgde voor wat onrust in de gelederen en het was een komen en gaan van bestuursleden.  Ook sportief liep het nog voor geen meter.  Zo werd FC Brugeois in 1900/1901 voorlaatste, net voor Cercle, in 1902/1903 werd het zelfs laatste.  De niet door de voetbalbond terugbetaalde verplaatsingskosten zorgden ook voor een gat in de begroting.  Ondervoorzitter Achille Grant Dalton, die een beetje de Antoine Vanhove avant la lettre was maar zelf nooit voorzitter wilde worden, nam zijn verantwoordelijkheid en bracht een fusie tot stand met het overgebleven deel van Vlaamsche FC.  In ruil voor wat centen moesten de leden van Vlaamsche FC geen toegangsgeld betalen en kregen ze een vertegenwoordiger in het bestuur.  De eis van Vlaamsche FC om exclusief Nederlandstalige affiches in de stad te plakken werd afgewezen.

Ondertussen had FC Brugeois enkele jonge talenten ontdekt.  De broers Charles en Athur Cambier en Hector Goetinck bijvoorbeeld.  Daarenboven werd de scholierenploeg kampioen van Vlaanderen en moesten ze nationaal in de finaleronde enkel in Union hun meerder erkennen.  Met senator Alphonse De Meulemeester, die van 1903 tot 1919 voorzitter werd, had het in 1908 voor het eerst een lid van het Comité Central van de voetbalbond.  De Meulemeester zorgde er in 1911 ook voor, mede dankzij de financiële steun van Albert Dyserynck, die zijn opvolger zou worden, naar de verhuis naar het terrein langs de Torhoutsesteenweg in Sint-Andries, vlakbij café La Cloche.  Het zou er van Pasen 1912 tot de verhuis in 1975 naar het Olympiastadion verblijven.   

FC Brugeois werd onder zijn bewind ook sportief een vaste waarde aan de Belgische top.  Tussen 1903 en 1911 werd het driemaal vice-kampioen en vijfmaal derde.  Daarenboven won het in 1909 en 1910 de Coupe La Dernière Heure, de voorloper van de Beker van België.  Omdat het die tweemaal na elkaar won, mocht FCB de beker meenemen naar zijn lokaal.  In 1914, toen het reeds de Coupe du Roi heette, verloor FCB in de finale van Union.  Het dieptepunt in die periode was de verloren landstitel in 1911 tegen… Cercle dat op de laatste wedstrijd 2-2 gelijkspeelde tegen FCB en daarmee de eerste Brugse ploeg was die de titel pakte.  De sportieve opmars werd tijdelijk een halt toegeroepen door de Eerste Wereldoorlog.  Het stadion werd opgeëist door de plaatselijke Kommandantur die het terrein gebruikte als parkeerterrein voor wagens en kanonnen en als stalling voor legerpaarden. 

Eerste titel onder Albert Dyserynck

Officieel was Alphonse De Meulemeester voorzitter tot 1919, maar de laatste jaren liet hij zich steeds minder zien en was het vooral Achille Grant Dalton die de drijvende kracht was achter FCB.  Uiteindelijk werd op 5 oktober 1919 Albert Dyserynck verkozen tot nieuwe voorzitter.  FCB zette alvast een grote stap vooruit.  Zo werd het terrein “De Klokke” definitief aangekocht door de inbreng van ex-voorzitter De Meulemeester, Prosper De Cloedt en Dyserynck zelf.  Dyserynck zorgde er ook voor dat er voor het eerst reclamepanelen langs de velden kwamen en FC Brugeois werd een vzw onder zijn bewind.  Ook de gewone man werd niet vergeten.  Zo was er ook aandacht voor een betere accommodatie van de “populaires”, die op de goedkopere plaatsen stonden achter het doel.  In 1931 zou de rijke industrieel echter in een auto-ongeval om het leven komen, een nieuws dat insloeg als een bom.  “De Klokke” werd omgedoopt in het Albert Dyserynckstadion.  Hij kreeg een borstbeeld aan de binnenzijde van het “Albert Dyserynckstadion”.  Zijn borstbeeld staat momenteel tussen het administratief centrum De Klokke en de Clubshop.

Maar het sportieve hoogtepunt volgde in 1920 met een eerste landstitel.  Naast oudgedienden Charles Cambier en Hector Goetinck waren vooral spitsen Félix Balyu en Léon Vande Voorde, de Brugse helden met respectievelijk 23 en 22 doelpunten.  Dit seizoen haalde FCB zelfs een officieuze dubbel want omdat de “Coupe du Roi” tussen 1915 en 1926 niet georganiseerd werd, maar wel de Coupe La Dernière Heure en die werd door FCB binnengehaald in een spannende finale tegen Antwerp die met 5-3 werd gewonnen na verlengingen.

De titel kreeg echter geen vervolg.  Enkele oudere spelers haakten af en FCB kende enkele moeilijke jaren, met als dieptepunt de degradatie in 1927/1928.  Een degradatie die een jaar later al werd rechtgezet met een titel in de “eerste divisie” waar het vijf punten (in het twee puntensysteem) meer telde dan eerste achtervolger SC Anderlecht.  Van 1926 tot 1937 had het overigens met Louis Versyp (150 doelpunten in 250 wedstrijden) een nieuw goudhaantje gevonden. 

De opmerkelijke passage(s) van Norberto Höfling

Met het dramatisch overlijden van Albert Dyserynck verliest FCB niet alleen zijn voorzitter maar ook geldschieter.  Het is dan ook niet verwonderlijk dat FC Brugeois in financieel zwaar vaarwater terechtkomt.  Het moest stukken grond en zelfs een deel van stukken grond voor de hoofdtribune, gelegen langs de Torhoutse Steenweg en de Abdijbekestraat te verkopen.  Sportief ging het ook al niet beter.  Blauw-Zwart  Toen Emile De Clerck in 1937 overnam van Fernand Hanssens was het vooral overleven.  Maar er was ook een voorzichtige bocht naar professionalisme.  Zo werd er een medisch kabinet samengesteld en ook een voorbereidingsprogramma opgesteld.  Om wat extra inkomsten te verzamelen organiseerde FCB ieder jaar een Paastoernooi.  Sportief had Club het echter moeilijk.  Het schipperde voortdurend tussen eredivisie en eerste divisie.  Daar kwam met de Roemeense coach Norberto Höfling definitief verandering in.  Höfling was de eerste coach die zelf de ploeg opstelde, tot aan zijn komst werd die beslissing mee genomen door het “sportkomitee”.  In 1959 loodste de Roemeen FCB naar de hoogste afdeling en daarna zou Blauw-Zwart de duik naar onder niet meer nemen.  Höfling zou in zijn eerste passage zes jaar blijven.  Opmerkelijk daarbij was de confrontatie met Ferrnand Goyvaerts.  De jonge aanvaller was naast een toptalent ook een enfant terrible.  Na een 2-0 nederlaag op het veld van Anderlecht gaf Goyvaerts de schuld aan de Brugse coach, die verweet op zijn beurt zijn topspeler een gebrek aan inzet.  Het resulteerde in een handgemeen en een schorsing voor Goyvaerts.  Omdat de speler nog weigerde voor Blauw-Zwart uit te komen werd hij uiteindelijk getransfereerd naar FC Barcelona en later naar Real Madrid.  Maar door tal van blessures kon hij zich er nooit doorzetten.

Höfling verliet Blauw-Zwart in 1963 voor Feyenoord, maar kon niet aarden in de Nederland.  Hij keerde terug naar België, waar hij eerst Racing White ging coachen, om daarna terug te keren naar Brugge en met succes.  FCB werd vice-kampioen op één punt van Anderlecht en pakte de Beker van België in een strafschoppen duel met Beerschot die op 7-6 eindigde.  Höfling zou FCB verlaten om naar Anderlecht te trekken, waar hij echter na enkele maanden zou worden ontslagen.  De Roemeen bleef echter de stad Brugge een warm hart toedragen, want na zijn trainerscarrière zou hij terugkeren naar de stad om zich te wijden aan de schoenhandel die hij in Brugge had.  Hij zou in Brugge blijven tot zijn overlijden in 2005.

Tweede titel na vijf tweede plaatsen

Het FCB van de tweede helft van de jaren zestig mocht best gezien worden.  Het team met onder andere doelman Fernand Boone, die in 1967 de eerste Brugse spelers werd die de Gouden Schoen won, Fons Bastijns, Erwin Vandendaele, Johnny Thio, Pierre Carteus en uiteraard Raoul Lambert.  Het team won na de eerste bekerwinst in 1967 nog een tweede maal de Beker van België door met 6-1 de vloer aan te vegen met Daring Club de Bruxelles, het team van Norberto Höfling.  Maar de titel wilde maar niet lukken.  FCB kwam er steeds dichter bij en toen hij in het seizoen 1971/1972 op een bepaald moment zeven punten voorsprong telde (in het tweepuntensysteem) leek de titel er eindelijk aan te komen.  Maar na Nieuwjaar ging het mis.  De manier waarop deed echter vragen rijzen.  Het ondertussen in het Nederlands omgedoopte Club Brugge KV (cfr. de vergadering van 27/2/1972) reeg plots de rode kaarten aan elkaar, doelpunten werden afgekeurd en de tegenstanders kregen opvallend veel strafschoppen.  Na een gelijkspel op de slotspeeldag op RWDM moest Club zich tevreden stellen met een nieuwe tweede plaats.  Voorzitter André De Clerck schreef een brief naar de Voetbalbond om zijn ongenoegen te uiten over de manier waarop de competitie verloren was.  Het onderzoek leerde dat er “onregelmatigheden” hadden plaatsgevonden vanwege Anderlecht maar toch mochten de Brusselaars hun titel behouden.  Ze kregen vanwege de Voetbalbond enkel een vermanende brief.

De revanche zou een seizoen later volgen.  Onder Leo Canjels speelde Club Brugge niet zo frivool, maar was het doel belangrijker dan de manier waarop.  Op 8/4/1973 veroverde Blauw-Zwart de titel op het veld van… Anderlecht na een 1-1 gelijkspel.  Club Brugge zou het seizoen eindigen met zeven punten voorsprong op eerste achtervolger Standard.

De Happel-jaren in een nieuw stadion

Maar de titel had veel geld gekost.  Dure transfers en hoge lonen zorgden ervoor dat de nieuwe voorzitter, Fernand De Clerck, aan zijn ambtstermijn begon met een gat in de begroting van 2 miljoen euro.  Een enorm bedrag in de jaren ’70.  Bovendien was de infrastructuur in De Klokke helemaal op.  Dus moest Club na de titel op zoek naar geld én een nieuw stadion.  Even was er zelfs sprake dat Blauw-Zwart een sattelietploeg van Union Sint-Gillis zou worden.  Gelukkig ging dat niet door.  Toen ook Cercle Brugge het financieel lastig begon te krijgen, greep de Brugse burgemeester, Michel Van Maele, in.  Hij verzamelde een hoop investeerders en kocht weilanden over van een boer om er een nieuw stadion op te bouwen.  Het gaf beide ploegen alvast de nodige ademruimte.  Maar ook op het veld liep het even niet meer.  Nadat Leo Canjels in een interview kritiek had op de Brugse beleidsmakers mocht hij opkrassen.  Zijn assistent Jacques De Wit nam over, maar dat werd geen succes. 

Henk Houwaart laat weten dat hij wel een trainer kent: Ernst Happel. Ondanks dat de Oostenrijker Europacup I heeft gewonnen met Feyenoord en ook de Intercontinentale Cup won (het officieuze wereldkampioenschap voor clubs), is hij niet erg gekend.  Voetbal was toen niet zo vaak op televisie zoals nu.  Happel kan zelfs rustig een training bijwonen zonder dat iemand hem herkent.  Als Happel op 23 januari 1974 de touwtjes in handen neemt, staat Club op een negende plaats en telt het slechts vier punten meer dan de voorlaatste in de stand.  Happel laat zich meteen gelden.  Als iemand van het bestuur nog voor zijn eerste wedstrijd komt vragen of de bus een half uur later mag vertrekken omdat dit een besparing is van 400 frank (10 euro) krijgt die heel wat naar zijn hoofd geslingerd.  Als Michel Van Maele even later tijdens de rust van een wedstrijd nietsvermoedend de kleedkamer binnenkomt, wordt hij er zonder pardon uitgegooid.  Club zou in de laatste maanden nog klimmen naar de vijfde plaats. 

In zijn eerste seizoen onder Happel wordt Club vierde en plaats het zich daarmee voor de UEFA-cup. En die deelname werd een groot succes.  Nadat Lyon opzij werd gezet en tegen Ipswich een eerste Europese mirakel werd gerealiseerd (Club verloor in Engeland met 3-0, waar won thuis met 4-0) werden AS Roma en AC Milan uitgeschakeld.  In een spannende halve finale werd Hamburg, toen een Europese topploeg, uitgeschakeld en mocht Blauw-Zwart zich opmaken voor een finale tegen Liverpool.  Daar leidde Club na 13 minuten al met 0-2 en miste het een unieke kans op een 0-3 ruststand.  In zes dolle minuten draaide Liverpool de rollen echter om en won het de partij met 3-2.  In de terugwedstrijd schoot Raoul Lambert Club vanop de stip opnieuw op rozen, maar Keegan scoorde snel tegen.  Een knal op de binnenkant van de paal van Lambert i.p.v. tegen het net zorgde ervoor dat de Engelsen de cup naar huis mochten meenemen.

Door die spectaculaire Europese campagne werden de resultaten in de competitie wat minder onder de aandacht gebracht, maar Club pakte wel degelijk zijn derde titel, met vier punten voorsprong op Anderlecht.  Een 0-0 gelijkspel tegen Lokeren, een volledig atypische uitslag in Happel-tijden, volstond voor de titel.  Eén jaar later deed Club nog beter.  Niet in Europa dit keer waar het wel van zich liet spreken door Steaua Boekarest en Real Madrid uit te schakelen, maar door een ongelukkige nederlaag tegen Borussia Mönchengladbach in de kwartfinale uitgeschakeld werd.  Maar de tweede titel op rij was enkele maanden later wel een feit na een 3-0 zege tegen Beringen na een hattrick van René Vanderecycken.  Van dit seizoen onthouden we echter vooral de spectaculaire bekerzege tegen Anderlecht.  Club staat die dag al snel 0-2 en 1-3 achter maar Roger Davies, ondanks zijn 30 doelpunten in 51 wedstrijden niet de beste vriend van Happel, bezorgt Blauw-Zwart met twee doelpunten de Beker van België en meteen de eerste dubbel.  Het is tevens de eerste keer dat Club zijn titel kon verlengen.

Club zou zelfs een derde opeenvolgende titel nemen.  Daar heeft een opnieuw genoeg aan een gelijkspel tegen Lokeren (1-1) om met één punt Anderlecht vooraf te gaan.  Standard werd derde op amper twee punten.  Maar ook dit jaar zou alle aandacht gaan naar het Europese parcours. Nadat het Finse Kuopio en het Griekse Panathinaikos Athene opzij werden gezet was het de beurt aan Atlético Madrid in de kwartfinale.  In de halve finale ontmoette Club met Juventus opnieuw een Europese reus. In Turijn ging Club nipt onderuit (1-0) maar op Olympia werd die achterstand al na 3 drie minuten ongedaan gemaakt door Fons Bastijns.  Het werd uiteindelijk een slopende wedstrijd die beslist werd vier minuten voor het einde van de verlengingen met opnieuw een doelpunt van Vandereycken.  Het gevolg was een volksverhuis naar Engeland om de finale tegen Liverpool bij te wonen.  Een verzwakt Club, dat het moest doen zonder zijn topspits Raoul Lambert, verloor echter met 1-0 ondanks de ijzersterke partij van zijn Deense doelman, Birger Jensen. 

Na het seizoen trok Happel met Nederland naar het WK, waar hij opnieuw zou stranden in de finale.  Hij keerde nog terug naar Brugge, maar het verhaal was eigenlijk op.  In Europa werd Club in de eerste ronde uitgeschakeld door Wisla Krakow en in de competitie liep het ook voor geen meter.  Op 23 november hield Happel het, na een zoveelste ruzie met Antoine Vanhove voor bekeken.  Blauw-Zwart zou dit seizoen op de zesde plaats eindigen. Happel zou nog Europacup I winnen met Hamburg.

Nieuwe triomfen onder Henk Houwaart

Het einde van het tijdperk Happel is ook het einde van een hele cyclus. De jonge Jan Ceulemans wordt aangetrokken, maar hij heeft hele grote schoenen te vullen want Raoul Lambert zit aan het einde van zijn carrière. Twee jaar na het vertrek van Happel wordt Club kampioen onder Han Grijzenhout, maar daarna beleeft Club enkele moeilijke jaren, ook opnieuw financieel.  De trainers volgen elkaar in snel tempo op.  In het seizoen 1981/1982 kan Blauw-Zwart zich maar ternauwernood redden van de degradatie.  Het tij keert als de flamboyante Nederlandse ex-speler Henk Houwaart de lakens mag uitdelen.  Club wordt nu een constante in de Belgische top.  In 1986 pakt Houwaart zijn eerste prijs als trainer door stadsgenoot Cercle met 3-0 te verslaan – op Olympia nota bene – in de finale van de Beker van België, met onder meer twee doelpunten van Jean-Pierre Papin. Enkele dagen later lijkt Club op weg naar de titel in de testwedstrijden tegen Anderlecht.  Na een 1-1 gelijkspel in Brussel leidt Club met 2-0 en moet Anderlecht met tien verder na een rode kaart voor René Vandereycken, maar toch geeft Club die voorsprong nog uit handen. Wat een ontgoocheling!

Maar het topseizoen moet dan nog volgen en alweer is een succesvolle Europese campagne de voorbode voor de titel. Al lijkt Club al in de eerste ronde uitgeschakeld te worden na een 2-0 nederlaag in Zenit Leningrad. (het huidige Zenit Sint-Petersburg)  Maar Olympia davert op zijn vestingen en de Russen worden met 5-0 naar huis gestuurd.  Ook tegen Rode Ster Belgrado moet een 3-1 achterstand goedgemaakt worden, maar opnieuw doet Club dit met bravoure: 4-0. Als Blauw-Zwart in de volgende ronde kansloos onderuit gaat in Dortmund (3-0) lijkt het dan echt over, maar in een ijskoud Olympia stadion wordt ook die achterstand tenietgedaan.  In de kwartfinale wordt Panathinaikos Athene minder spectaculair opzij gezet, maar de finale lijkt binnen handbereik als Club de heenwedstrijd tegen Espanyol Barcelona met 2-0 wint. Maar een vroege rode kaart van Beyens is de voorbode voor een moeilijke avond die in de verlengingen in mineur eindigt na een zeldzame fout van Philippe Vande Walle. Maar Club laat het niet aan zijn hart komen en pakt de titel na een 3-0 zege tegen Winterslag.

Henk Houwaart wordt een jaar later opgevolgd door Georges Leekens die meteen de titel pakt, met o.a. een 10-0 overwinning in de stadsderby, en een jaar later ook de Beker van België wint.  Hugo Broos neemt het roer over en is ook erg dicht bij een Europese triomf in Europacup ii, maar Club strandt opnieuw in de halve finale na een belachelijke rode kaart voor Amokachi. De titel is wel voor Club en enkele maanden later wordt Blauw-Zwart één van de acht deelnemers in de eerste editie van de Champions League, waar Daniël Amokachi zich voor eeuwig in de geschiedenisboeken schrijft door de eerste goal ooit in de Champions League te scoren. Maar de Europese campagne eist zijn tol, Club wordt slechts zesde in de competitie.

Broos zou nog een tweede titel nemen in het seizoen 1995/1996 en wordt tot op de heden de laatste Brugse coach die de dubbel weet te veroveren na een 2-1 zege tegen Cercle, dit keer in het Koning Bouwdewijnstadion, na twee doelpunten van topscorer Mario Stanic.  Een derde titel lukt net niet. Club wordt een jaar later verrassend afgehouden door het Lierse van Eric Gerets, die enkele maanden later zelf de overstap naar Brugge maakt.

Sollied voert nieuw systeem in

Gerets maakt het goed met de Brugse fans door een nieuwe titel te nemen, dit keer met Blauw-Zwart dus.  Na zijn vertrek naar PSV wordt René Verheyen een tussenpaus voor de komst van de Noor Trond Sollied.  Die gooit de klassieke 4-4-2 overboord en introduceert de 4-3-3. Club begint spectaculair aan de competitie met 14 zeges op rij, maar na de jaarwisseling stokt de machine met acht gelijke spelen.  Op drie speeldagen van het einde verloor het dan ook tegen titelconcurrent Anderlecht en moet het de titel aan de Brusselaars laten, ook al telt Blauw-Zwart dit seizoen 78 punten uit 34 wedstrijden.  Het derde geklasseerde Standard volgt op 18 punten van Club.  Uit dit seizoen onthouden we zeker de frommelgoal van Andres Mendoza in Sankt-Gallen diep in blessuretijd, goed voor een duel met FC Barcelona in de volgende ronde.

Ook het tweede jaar is het net niet.  Dit keer is RC Genk net iets te sterk en telt het twee punten meer dan Club, dat wel de Beker won ten koste van Moeskroen.  Maar het derde jaar wordt de hoofdvogel wel afgeschoten.  Club begint opnieuw erg sterk, maar net als in het eerste seizoen kent het een terugval na nieuwjaar.  Maar enkele maanden nadat Michel D’Hooghe in maart voorzitter wordt na het overlijden van Michel Van Maele, is een 1-1 gelijkspel thuis tegen Sint-Truiden genoeg voor de titel.

Het jaar erop verovert Club de Beker om in 2005 opnieuw de landskroon op te eisen, dit keer in een rechtstreeks duel met Anderlecht, die op 2-2 zou eindigen.

Maar net als Happel kent ook Sollied een vreemd einde van zijn Brugse carrière. In een videoboodschap die hij op vakantie opneemt verkondigt hij dat hij naar Olympiakos Piraeus vertrekt. Het Brugse bestuurd, met sportmanager Marc Degryse op kop, is uitgekeken op de Noor en beschouwt dit als een ontslag.  Na heel wat gediscussieer met wat advocaten erbij wordt het contract van Sollied ontbonden en trekt hij effectief naar Griekenland.

Donkere wolken boven Brugge

Ook de rest van de geschiedenis lijkt zich te herhalen al was er aanvankelijk euforie omtrent de komst van Club-legende Jan Ceulemans als nieuwe coach. Club kwalificeert zich via de strafschoppen tegen Valerengen voor de Champions League waar het derde wordt in een groep met Bayern München, Juventus en Rapid Wenen, maar in de competitie loopt het opnieuw mis na nieuwjaar. Een 4-1 nederlaag betekent luidt het ontslag in van Jan Ceulemans voor het ongeduldige Brugse bestuur.  De aanstelling van Emilio Ferreia zet nog meer kwaad bloed bij de Brugse supporters. Na nog enkele dure miskopen keert de volkswoede zich na een 0-1 nederlaag tegen Roeselare tegen Degryse. Ferreira wordt ontslagen en Degryse neemt diezelfde dag nog ontslag.

Cedomir Janevski neemt over en pakt wel nog de Beker na een 1-0 zege tegen Standard, maar een zesde plaats is onvoldoende om aan te blijven als coach.  Jacky Mathijssen moest het tij doen keren en met François Sterchele werd een nieuwe publieklieveling gehaald.  Maar het oppermachtige Standard wordt kampioen en begin mei staat de Blauw-Zwarte wereld stil als Sterchele verongelukt.  Het daaropenvolgende seizoen doet Club nooit mee voor de prijzen.  Het wordt derde op 18 punten van Standard en Anderlecht die in testwedstrijd moeten uitmaken wie kampioen wordt. De Luikenaars trekken daarbij aan het langste eind.

Het moeilijke begin onder Bart Verhaeghe

Na een nieuw teleurstellend seizoen wordt Jacky Mathijssen bedankt voor bewezen diensten en de onbekende Nederlander Adrie Koster neemt de scepter over. Koster is een aangename man, rechtuit en eerlijk met heldere analyses. Club speelt ook frivool voetbal, maar het vergeet daarbij soms te verdedigen.  Daarbovenop komt het nieuwe, vreemde play-off systeem waarbij de punten gehalveerd worden. Dit geeft Club hoop nadat het tweede werd op acht punten van Anderlecht. Maar de nieuwe moed is van korte duur na een 0-0 gelijkspel in de eerste wedstrijd op Sint-Truiden.  Uiteindelijk zou Blauw-Zwart derde eindigen na een zware 6-2 nederlaag op Gent.

Ook in het nieuwe seizoen krijgen we eenzelfde verhaal. Club speelt mooi voetbal maar speelt opnieuw niet mee voor de prijzen.  Het eindigt vierde op 12 punten van de Genk van Courtois en De Bruyne. Ondertussen heeft Bart Verhaeghe de macht genomen in Brugge met Vincent Mannaert in zijn zog. Die wil het roer volledig omgooien en uitpakken met linietrainers en het Personal Performance Center dat voor een betere individuele begeleiding van de spelers moet zorgen. De dagen van Koster lijken ook geteld en Club zou een akkoord hebben met Gent-coach Francky Dury, maar daar steekt het Brugse publiek een stokje voor. Tijdens de laatste thuiswedstrijd van het seizoen zit Dury op de bank als coach van Gent maar het publiek scandeert negentig minuten lang “Zonder Dury, zonder Dury” en Adrie Koster wordt toegejuicht.  De nieuwe Brugse top trekt zijn staart in en Koster mag (nog even) blijven.

Maar eind oktober is het liedje toch uit voor Koster na vier nederlagen op rij.  Niet Dury maar Christoph Daum wordt de nieuwe coach. Onder strenge Duitse coach, die het PPC naar de prullenmand verwijst, speelt Club een heel ander soort voetbal en 1-0 wordt een typisch Brugse uitslag.  Club klimt naar de tweede plaats in de stand en pakt 23 op 30 in de play-offs, maar wordt koud gepakt op het veld van de Brusselaars waar Bacca diep in blessuretijd bij een 0-1 voorsprong onterecht afgevlagd wordt en Anderlecht uit de daaropvolgende vrije trap nog een strafschop cadeau krijgt die hen de titel bezorgt.  Daum geeft aan niet te willen verlengen en het Brugse bestuur doet een bom barsten door bondscoach Georges Leekens naar Brugge te halen.

Wachten op Preud’homme

Die aanstelling kan op weinig begrip rekenen bij de media en Club wordt voortdurend negatief in het licht gebracht.  Maar ook Leekens kan het tij niet doen keren en wordt ontslagen na een nederlaag op Lierse.  Met Juan Carlos Garrido wordt opnieuw een wat onbekendere, Spaanse, coach aangesteld. Die doet het niet slecht en Club speelt opnieuw goed voetbal, maar in de play-offs loopt het tweemaal fout tegen het verrassende Zulte Waregem (3-4 nederlaag thuis en 5-2 op het veld van Zulte Waregem), dat ei zo na kampioen wordt.

Als Club Europees uitgeschakeld wordt door Slask Wroclaw lijken de dagen van Garrido geteld.  Maar de droomcoach van Verhaeghe en Mannaert, Michel Preud’homme, is (nog) niet vrij.  Garrido mag blijven en pakt 17 op 21 in de competitie, maar moet toch plaats maken voor Preud’homme die op zijn beurt moet vertrekken bij Al Shabab na een conflict met de voorzitter.  Club gaat vol voor de titel, maar een ongelukkige nederlaag in de play-offs tegen Anderlecht waarbij Lestienne bij een 0-0 stand voor een leeg doel mist en Meunier ongelukkig de bal in eigen doel duwt, brengt de Brusselaars onverwacht aan de leiding en die geven dat niet meer af.

De felbegeerde titel kwam er ook niet in het seizoen 2014/2015.  Club staat wel aan de leiding na de reguliere competitie met vier punten meer dan Gent en Anderlecht en stoot Europees door tot in de kwartfinale.  Daarenboven pakt Club in maart eindelijk zijn eerste prijs in lange tijd na de legendarische bekerfinale tegen Anderlecht, beslist door “de goal van Refaelov”.  Maar de opeenvolging van wedstrijden, inclusief Europese, wordt de groep teveel.  Een vermoeid Club pakte aanvankelijk 11 op 15 in de play-offs, maar verloor daarna driemaal op rij waardoor Gent met de oppergaai ging lopen.  Het gepikeerde Club had dan ook maar 1 doel het jaar erop: de titel en niets dan de titel. Alles moest daar voor wijken, Europees voetbal was ondergeschikt. Club nam de fakkel over van het ongenaakbaar geachte Gent na de jaarwisseling en telde opnieuw vier punten meer na 30 speeldagen.  De nederlaag in de bekerfinale tegen Standard bleef ook niet echt hangen.  Club was klaar voor de play-offs een deed het vooral thuis uitstekend. Een dubbele nederlaag tegen Genk en Anderlecht deed de zenuwen toenemen, maar Izquierdo besliste er op het veld van Gent anders over.  Eén week later werd de kroon op het werk gezet met een duidelijke 4-0 zege tegen Anderlecht.  De titel was eindelijk terug in Brugge!

Preud’homme had zijn taak volbracht en wou het liefst stoppen, maar Verhaeghe en Mannaert overtuigden hem in te stappen in een nieuwe functie, meer naar Engels model.  Philippe Clement zou een soort T1,5 worden en meer verantwoordelijkheid krijgen waardoor Preud’homme het rustiger aan kon doen.  Maar na een tijdje stond Preud’homme toch weer vaak op het veld in een vreemd seizoen voor Club.  Thuis ging het prima met 13 zeges en 2 gelijke spelen, maar uit liep het veel vaak mis.  Europees liep het al helemaal verkeerd met een 0 op 18 in de Champions League en Eupen was te sterk in de Beker van België.  Op de laatste speeldag verspeelde Club nog de leidersplaats in de competitie na een 2-2 gelijkspel tegen het Sint-Truiden van Ivan Leko en ondanks de minimale achterstand in de play-offs (1 punt na halvering), liep het helemaal fout in die nacompetitie.  Opnieuw waren de wedstrijden buitenhuis de dooddoeners met drie nederlagen.  Club zou tweede eindigen op zeven punten van een niet eens zo indrukwekkend Anderlecht.

De grinta van Leko en Clement

Clement leek de gedoodverfde opvolger van Preud’homme, maar Verhaeghe en Mannaert twijfelden of hij er al klaar voor was.  De “grote naam” kwam er ook niet, uiteindelijk werd voor Ivan Leko gekozen. Leko wou voor een nieuwe veldbezetting kiezen, een 3-5-2, maar dat liep aanvankelijk voor geen meter.  Meer nog, Club werd zowel in de Champions League als in de Europe League in de voorronde al uitgeschakeld.  De ploeg vroeg om terug over te schakelen naar de 4-3-3, maar nadat dit faliekant afliep in Athene, zette de koppige Kroaat door met de 3-5-2 en met succes.

De Brugse trein denderde over de Jupiler Pro League en er werden enkele last-minute overwinningen geboekt.  Na de jaarwisseling stokte die trein even door iets te veel gelijke spelen.  Maar Club stond riant op kop bij het begin van de play-offs (6 punten na halvering) en die hadden ze wel nodig want Blauw-Zwart bakte er niet veel van en enkele scheidsrechterlijke beslissingen zaten tegen.  Zo keurde de VAR een doelpunt van Diaby af wegens nipt buitenspel maar had het niet gezien dat dat Teodorczyk in Brugge ook buitenspel stond, wat tot een woede uitbarsting van voorzitter Verhaeghe zorgde.  Club rechtte de rug, ging winnen op Charleroi en pakte enkele dagen later de titel op het veld van Standard.

Maar Leko ondervond wat vele trainers in Brugge al meemaakten.  Dat verduivelde seizoen-na-de-titel wilde het maar niet vlotten.  Leko had het daarenboven bij zijn bazen verkorven door een nieuw contract naast zich neer te leggen wegens financieel onvoldoende.  In de competitie werden goede (0-4 uitzege op Gent) met slechte (thuisnederlagen tegen Zulte Waregem, Moeskroen, etc.) afgewisseld. Club eindigde tweede op zeven punten van het RC Genk van.. Philippe Clement.  Maar Blauw-Zwart herpakte zich en speelde heel sterke play-offs.  Leko rekende af met het Brusselse zwarte beest door er met 2-3 te gaan winnen.  De achterstand op Genk werd kleiner maar in het rechtstreeks duel oordeelde de VAR, onterecht bleek later, dat de aangeschoten bal tegen de arm van Genk voldoende was voor een strafschop.  Genk profiteerde en Club kon niet meer van die klap herstellen.

Club werd zo nog maar eens tweede en Leko vertrok niet in de beste omstandigheden naar Al Ain.  Zijn opvolger werd Philippe Clement die de Champions League bij Genk liet voor wat het was en voor Club koos.  Maar ook met Blauw-Zwart kon hij zich kwalificeren voor de lucratieve Champions League en Club was ijzersterk in de competitie.  De komst van Mignolet als uitstekend sluitstuk zat daar ook voor veel tussen.  Blauw-Zwart combineerde een uitstekende Europese campagne met een steeds groter wordende voorsprong in de competitie en een kwalificatie voor de finale van de Beker van België. Club gaf een masterclass voetbal in de achtste finale van die beker op Anderlecht en won ook een maand later nog eens op het Brusselse veld met het doelpunt van het jaar van Hans Vanaken. Maar het coronavirus riep Club een halt toe.  Blauw-Zwart werd terecht uitgeroepen tot kampioen want het had met nog één speeldag in de reguliere competitie voor de boeg een voorsprong van 15 punten op het tweede geklasseerde Gent.  Al kreeg het seizoen nog een zuur staartje toen maanden later Lior Refaelov het Antwerp van nieuwbakken coach Ivan Leko de beker bezorgde.